Rendement op vastgoed: welke maat beantwoordt welke vraag?
Twee objecten met hetzelfde rendement kunnen heel verschillende aankopen zijn. Dat komt zelden door een rekenfout, en bijna altijd doordat er vier sommen bestaan die allemaal rendement heten en niet dezelfde vraag beantwoorden.

Eerst de vraag vaststellen, dan pas de maat kiezen
Rendement is geen eigenschap van een pand. Het is de uitkomst van een som die u zelf kiest, en elke som beantwoordt een andere vraag. Wie twee objecten vergelijkt, vraagt iets anders dan wie wil weten of de maandlasten gedragen worden.
Vlak voor een bod gaat het dan ook bijna nooit mis op de rekenkunde. Het gaat mis doordat de maat uit het ene gesprek naast die uit het andere komt te liggen. Zet de vraag dus eerst vast. Vergelijkt u objecten? Wilt u weten wat de huurstroom overlaat na de eigenaarslasten? Wat úw financiering overlaat? Of hoe de houdperiode uitpakt? Vier vragen, en één maat per vraag.
De berekening zelf, met de posten die er vaak buiten blijven, staat bij de vergelijkingsmaat tussen twee objecten.
Bruto aanvangsrendement: de maat om objecten naast elkaar te leggen
Het bruto aanvangsrendement zet de kale jaarhuur af tegen de totale investering. Kale huur betekent zonder servicekosten; daar staan immers eigen kosten tegenover. Totale investering betekent de koopsom plus de kosten die bij de verkrijging horen.
Deze maat voorspelt niet wat u overhoudt. Hij kent uw lasten en uw financiering niet, en dat is het doel: juist door die twee weg te laten blijven panden vergelijkbaar, ook als de ene koper leent en de andere niet. De val zit in de noemer. Rekent de verkopende partij met de koopsom en u met de koopsom plus de verkrijgingskosten, dan noemt u allebei een rendement en bedoelt u iets anders.
Wat er na de eigenaarslasten overblijft
Haal van de kale huur de lasten af die voor rekening van de eigenaar komen. Wat overblijft zegt of de huurstroom het object draagt, los van hoe u het betaalt.
- Onderhoud, zowel de jaarlijkse post als de reservering voor het grote werk
- Opstalverzekering en de gemeentelijke heffingen die bij de eigenaar liggen
- De bijdrage aan de vereniging van eigenaars bij een appartement
- Beheer, ook als u het zelf doet en het u alleen tijd kost
- Een reservering voor leegstand en voor de wissel tussen twee huurders
Cashflow en totaalrendement: uw situatie en de hele houdperiode
De twee overige maten kijken verder dan het pand: de ene naar uw bankrekening, de andere naar de hele houdperiode.
Cashflow: de enige maat waar uw financiering in meetelt
Hier gaan ook rente en aflossing eraf. Dit is de enige maat die iets zegt over uw eigen financiële situatie, en de enige die bij hetzelfde pand per koper anders uitpakt. Een negatieve uitkomst verstopt zich op drie plekken: een periode waarin niet wordt afgelost, huur die vooruit is betaald, en onderhoud dat nog niet in de lasten zit.
Totaalrendement: de huur plus wat het pand waard wordt
Naast de huur telt hier wat het pand bij verkoop opbrengt, en dat deel wordt gestuurd door de contractvorm. Ligt niet vast wanneer de woning leeg kan komen, dan weegt de leegwaarde licht en bepaalt de huurstroom vrijwel de hele prijs. Is er wel zicht op zo'n moment, dan verandert de som, mits dat zicht op papier staat.
Waarvoor een hoger rendement u vergoedt
Een hoger rendement is zelden een buitenkansje en bijna altijd een prijs. De markt vraagt meer huur tegenover dezelfde investering naarmate die huur minder zeker is of het pand lastiger door te verkopen. De vraag is dus niet of het rendement hoog is, maar waarvoor.
- Contractvorm. Een contract met een vastgelegde einddatum is een ander object dan een contract zonder, ook bij dezelfde huur
- De huurder. Betaalhistorie, en of de huur past bij wat voor dit type woning houdbaar is
- De staat. Een onbekende staat is duurder dan een bekend gebrek, want voor het onbekende bouwt u zelf een marge in
- De plaats. Hoe dunner de kopersmarkt ter plaatse, hoe meer u bij uw eigen uitstap weer inlevert
- De houdbaarheid van de huur. Een huur boven het houdbare is geen opbrengst maar een risico
Wat u per object van ons krijgt om dit zelf te kunnen rekenen
Geen van deze sommen vult u in vanaf een advertentie. U heeft het dossier nodig, en dat gaat mee bij elk object dat wij voorleggen.
- Het huurcontract met de bijlagen en de aanvullende afspraken
- De huurstaat per eenheid: kale huur, servicekosten, ingangsdatum, laatste verhoging
- De contractvorm, en of er een einddatum is vastgelegd
- Wat er bekend is over de staat, en wat er niet onderzocht is
- Bij een appartement de stukken van de vereniging van eigenaars, bij erfpacht de voorwaarden
Veelgestelde vragen
Hoe berekent u het netto rendement?
Neem de kale jaarhuur, haal daar de eigenaarslasten af, en zet wat overblijft af tegen de totale investering. Rente en aflossing horen er niet in. Die horen in de cashflow, omdat ze per koper verschillen en dus niets zeggen over het pand zelf.
Wanneer is een rendement een goed rendement?
Als u weet waarvoor het u vergoedt en u dat kunt dragen. Een rendement boven dat van vergelijkbare objecten staat vrijwel altijd tegenover iets: een minder zekere huurstroom, een mindere staat, of een dunne kopersmarkt.
Reken ik met de huidige huur of met de markthuur?
Met de huidige, want dat is wat er binnenkomt. De markthuur is een tweede berekening, die laat zien hoeveel ruimte er op termijn zou kunnen zijn. Die ruimte telt pas mee als er ook een moment bestaat waarop u erbij kunt.
Verder lezen
Uw zoekprofiel aanmelden?
Drie stappen. Wij bellen u om het door te nemen, en zeggen het ook als wij u niet kunnen bedienen.